Waarmee kunnen wij u helpen?

    Nieuws

    Economische en fiscale stimuleringsmaatregelen

  • NL EN
  • Update 22 oktober

    De afgelopen maanden heeft de overheid diverse fiscale crisismaatregelen aangekondigd om het Nederlandse bedrijfsleven tegemoet te komen om de nadelige economische gevolgen van het coronavirus (COVID-19) zo veel mogelijk te beperken. 

    Hierbij kan onder andere worden gedacht aan de volgende maatregelen:

    Hieronder zullen wij kort ingaan op bovenstaande alsmede enkele andere maatregelen.

    Uitstel van betaling voor belastingen

    Indien door het coronavirus liquiditeitsproblemen zijn ontstaan, kan een verzoek bij de Belastingdienst worden ingediend om bijzonder uitstel van betaling te verlenen voor de heffing van verschuldigde loon-, omzet-, inkomsten- en vennootschapsbelasting. Inmiddels is de mogelijkheid voor uitstel van betaling uitgebreid naar kansspelbelasting, de inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zorgverzekeringswet, accijns, de verbruiksbelasting alcoholvrije dranken, assurantiebelasting, verhuurderheffing, BPM voor vergunninghouders, energiebelasting en andere milieubelastingen en vergelijkbare belastingen in Caribisch Nederland. Voor alle hiervoor genoemde belastingen geldt dat de mogelijkheid om voor de eerste keer uitstel van betaling aan te vragen is geëindigd op 1 oktober 2020. Na die datum is het niet meer mogelijk van deze bijzondere uitstelregeling gebruik te maken. Voor uitstel dat is verkregen vóór 1 oktober 2020, kan de belastingplichtige nog tot 1 januari 2021 een verlenging aanvragen.

    Voor uitstel dat is verkregen vóór 1 oktober 2020 geldt dat zodra het verzoek is binnengekomen (per reguliere post dan wel via het online formulier op de website van de Belastingdienst), invordering is stilgezet. Er is automatisch 3 maanden uitstel van betaling verleend. Het uitstel geldt niet alleen voor bestaande belastingschulden, maar ook voor de schulden die er in de 3 daaropvolgende maanden bijkomen. De verplichting tot het doen van aangifte blijft bestaan.

    Indien betalingsuitstel van 3 maanden te kort is, kan voor uitstel dat is verkregen vóór 1 oktober 2020 voor een langere periode uitstel worden aangevraagd, mits dit vóór 31 december 2020 wordt verzocht. Voor belastingschulden lager dan €20.000 kan langer uitstel worden aangevraagd door bewijsstukken te sturen waaruit blijkt dat de omzetcijfers of de bestellingen/reserveringen aanzienlijk zijn gedaald ten opzichte van vorige maanden. Verder dient de belastingplichtige te verklaren dat geen dividenden en/of bonussen worden uitgekeerd of eigen aandelen worden ingekocht vanaf het indienen van het uitstelverzoek tot en met de datum van de vergadering waarin de jaarrekening wordt vastgesteld in 2021.

    Voor belastingschulden hoger dan € 20.000 gelden de volgende voorwaarden:

    • Een derde-deskundige, zoals een accountant of brancheorganisatie, dient te verklaren dat het aannemelijk is dat sprake is van werkelijke betalingsproblemen op het moment van het verzoek om uitstel of naar verwachting op korte termijn daarna.
    • Een derde-deskundige dient te verklaren dat het aannemelijk is dat deze betalingsproblemen hoofdzakelijk door de coronacrisis zijn ontstaan.
    • Er dient een liquiditeitsprognose te zijn opgesteld die volgens de derde-deskundige plausibel is.

    Betalingsregeling
    Voor de belastingschulden waarvoor bijzonder uitstel van betaling is verleend, kan de belastingplichtige een speciale betalingsregeling afsluiten. Het uitgangspunt van deze betalingsregeling is dat de belastingplichtige de belastingschuld aflost in 36 maandelijkse gelijke termijnen onder voorwaarde dat (i) de eerste aflossing uiterlijk 31 juli 2021 is overgemaakt en (ii) de belastingschuld uiterlijk 1 juli 2024 volledig is afgelost. Uiteraard is het ook mogelijk om al eerder af te lossen.

    Als de belastingplichtige aannemelijk maakt dat hij niet kan voldoen aan voorwaarde (i), kan hij op een later moment beginnen met aflossen. Echter, ook in dat geval moet voldaan worden aan voorwaarde (ii) zodat uiterlijk 1 juli 2024 de schuld volledig is afgelost.

    Zolang de betalingsregeling loopt, zal de Belastingdienst geen belastingteruggaven met de belastingschuld verrekenen. Ook zal de Belastingdienst geen zekerheid vragen voor de belastingschuld.

    De Belastingdienst kan de betalingsregeling weigeren of beëindigen, indien de belastingplichtige gedurende een periode van minimaal drie maanden niet meer voldoet aan de voorwaarden voor het bijzonder uitstel. Alvorens de betalingsregeling wordt beëindigd, wordt de belastingplichtige in de gelegenheid gesteld om alsnog binnen veertien dagen aan de voorwaarden te voldoen.

    Melding betalingsonmacht en bijzonder uitstel van betaling
    Voor bestuurders van vennootschappen bestaat het risico dat zij hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld voor niet-betaalde loonbelasting- en omzetbelastingschulden. Dit kan worden voorkomen door tijdig betalingsonmacht te melden bij de Belastingdienst. In het kader van bijzonder uitstel van betaling vermeldt de website van de Belastingdienst het volgende: "Indien een dergelijk verzoek wordt ingediend door een bestuurder van een commerciële onderneming die een rechtspersoon is, onder de vennootschapsbelasting valt en de loon- en/of omzetbelasting niet kan betalen, geldt dit verzoek in beginsel ook als een melding van betalingsonmacht. Deze melding zal worden beoordeeld en de Belastingdienst zal de onderneming hierover apart informeren".

    Achterwege laten van verzuimboetes
    De Belastingdienst zal verzuimboetes voor het niet (tijdig) betalen van belastingen waarvoor uitstel van betaling vanwege betalingsproblemen als gevolg van de coronacrisis is verleend achterwege laten of terugdraaien. Dit geldt in de periode van 12 maart 2020 tot het moment waarop het bijzonder uitstel eindigt. In geval een dergelijke boete toch is opgelegd, hoeven ondernemers geen bezwaarschrift in te dienen. De Belastingdienst zal de boete ambtshalve vernietigen.

    In geval een ondernemer niet tijdig heeft voldaan aan haar betalingsverplichtingen jegens de Belastingdienst, maar op het moment van het opleggen van de naheffingsaanslag niet meer in aanmerking komt voor bijzonder uitstel omdat haar financiële positie is verbeterd, zal géén verzuimboete worden opgelegd mits de onderneming tijdig aan haar verplichtingen op grond van de naheffingsaanslag voldoet.

    Verlaging invorderingsrente en belastingrente

    Invorderingsrente
    Als een aanslag niet tijdig wordt betaald, moet normaal gesproken 4% invorderingsrente worden betaald vanaf het moment dat de betaaltermijn is verstreken. Vanaf 23 maart 2020 is de invorderingsrente tijdelijk verlaagd van 4% naar 0,01%. Dit geldt voor alle belastingschulden. De verlaging van de invorderingsrente geldt tot en met 31 december 2020. Indien de Belastingdienst invorderingsrente verschuldigd is aan de belastingplichtige, blijft het tarief van 4% van toepassing.

    Belastingrente
    Belastingrente wordt berekend, als de Belastingdienst de aanslag te laat kan vaststellen, bijvoorbeeld omdat niet op tijd of niet voor het juiste bedrag aangifte is gedaan. Het tarief van de belastingrente was 8% voor de vennootschapsbelasting en 4% voor andere belastingen. Vanaf 1 oktober 2020 is het tarief voor belastingrente gesteld op 4% voor alle belastingen (inclusief de vennootschapsbelasting). Dit 4%-tarief zal gelden tot en met 31 december 2021.

    Verlaging voorlopige aanslag

    Ondernemingen die door de gevolgen van het coronavirus een lagere winst in 2020 verwachten, kunnen een verzoek indienen voor een verlaging van een eerder opgelegde voorlopige aanslag. Dergelijke verzoeken zullen door de Belastingdienst worden ingewilligd. Als het bedrag van de nieuwe voorlopige aanslag lager is dan de belasting die in de eerste maanden van het jaar al is betaald, wordt het verschil terugbetaald.

    Fiscale coronareserve in de vennootschapsbelasting

    Op basis van de huidige regels voor verliescompensatie kunnen verliezen die in een bepaald jaar zijn geleden, worden verrekend met winsten uit het voorgaande jaar en de zes daaropvolgende jaren. Achterwaartse verliesverwerking naar het voorgaande jaar is pas mogelijk, nadat de aangifte vennootschapsbelasting over het verliesjaar is ingediend en de definitieve aanslag over het voorgaande winstjaar is opgelegd. Hierdoor kan pas in 2021 (of nog later als een uitstelregeling voor het indienen van de aangifte vennootschapsbelasting wordt toegepast) een verlies over 2020 met een winst over 2019 worden verrekend. In de huidige omstandigheden acht de regering het wenselijk dat bedrijven eerder over liquiditeit beschikken. Daarom heeft de regering aangekondigd bedrijven de mogelijkheid te bieden het verwachte verlies voor het jaar 2020 als gevolg van de coronacrisis te verrekenen met de winst over het jaar 2019 door in de aangifte vennootschapsbelasting 2019 een zogenaamde fiscale coronareserve te vormen. Op deze manier kunnen bedrijven bij de berekening van de te betalen vennootschapsbelasting over 2019 onmiddellijk rekening houden met het verwachte verlies in 2020. Voor het vormen van de fiscale coronareserve gelden de volgende voorwaarden:

    • In het boekjaar 2020 is sprake van een verwacht corona-gerelateerd verlies. Een corona-gerelateerd verlies is verlies dat verband houdt met de gevolgen van de coronacrisis.
    • Het verwachte corona-gerelateerde verlies kan niet groter zijn dan het totale verlies dat de belastingplichtige verwacht over het boekjaar 2020 in verband met de coronacrisis. Vorming van een coronareserve is dus niet mogelijk, als de inschatting is, dat over het boekjaar 2020 een positieve belastbare winst wordt genoten.
    • De dotatie aan de fiscale coronareserve in het boekjaar 2019 bedraagt maximaal de winst over het boekjaar 2019 die zou gelden zonder de vorming van deze reserve.
    • De fiscale coronareserve wordt uiterlijk in het boekjaar 2020 volledig in de winst opgenomen.
    • De dotatie aan de fiscale coronareserve wordt in de aangifte vennootschapsbelasting 2019 opgenomen in de rubriek 'overige fiscale reserves'. De vrijval van de reserve in het boekjaar 2020 wordt als onttrekking in deze rubriek opgenomen in de aangifte vennootschapsbelasting 2020.

    Verruiming vrije ruimte onder de werkkostenregeling

    Onder de werkkostenregeling mag een gedeelte van het fiscale loon worden besteed aan onbelaste vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen voor werknemers, de zogenoemde "vrije ruimte". Sinds 1 januari 2020 bedraagt de vrije ruimte onder de werkkostenregeling in de loonbelasting 1,7% van de fiscale loonsom tot € 400.000 en 1,2% over het meerdere.

    Het percentage voor de berekening van de vrije ruimte over de fiscale loonsom tot en met € 400.000 wordt in 2020 eenmalig verhoogd van 1,7% naar 3%. Een werkgever krijgt daardoor meer ruimte om zijn werknemers onbelaste vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen toe te kennen. Het percentage wordt met ingang van 1 januari 2021 weer verlaagd naar 1,7% van de fiscale loonsom tot € 400.000 en 1,18% over het meerdere.

    Verruiming gerichte vrijstelling scholingskosten
    Vergoedingen en verstrekkingen uit tegenwoordige arbeid die worden gebruikt voor kwalificerende scholing zijn vrijgesteld van loonbelasting. Door de huidige crisis wordt het belang van scholing nog meer benadrukt. Het kabinet stelt daarom in het Belastingplan 2021 voor om de gerichte vrijstelling voor scholing ook te laten gelden bij vergoedingen en verstrekkingen ten behoeve van scholing die voortvloeien uit vroegere arbeid.
    Zo wil het kabinet (om)scholing toegankelijker maken. De verruiming ziet op scholing die de werknemer volgt om de arbeidsmarktpositie te verbeteren met als doel het genereren van een inkomen. De werkgever dient de scholingskosten op te geven als eindheffing bij contractbeëindiging in de werkkostenregeling. De Belastingdienst berekent hier dan geen loonheffing over.

    Onbelast vergoeden/verstrekken mondkapjes
    Vanaf 1 juni 2020 is het dragen van (een niet-medisch) mondkapje in het openbaar vervoer verplicht. Indien een werknemer genoodzaakt is met het openbaar vervoer naar zijn of haar werk te reizen, mag de werkgever de kosten van mondkapjes onbelast vergoeden of verstrekken aan zijn werknemers. Deze kosten kwalificeren als gerichte vrijstelling onder de werkkostenregeling. De kosten voor het dragen van mondkapjes in het openbaar vervoer maken vanaf 1 juni 2020 deel uit van de reiskosten. De vergoeding of verstrekking van mondkapjes gaat dus niet ten koste van de vrije ruimte.

    Onbelaste uitgaven gedaan ter zake van voorzieningen voor een thuiswerkplek
    De Arbeidsomstandighedenwet verplicht een werkgever om voorzieningen te verstrekken voor een goede en veilige thuiswerkplek, zoals een monitor en een bureaustoel. Voor de verstrekking van deze voorzieningen geldt een gerichte vrijstelling, waardoor vergoedingen niet ten koste gaan van de vrije ruimte onder de werkkostenregeling. Voorwaarde hiervoor is wel dat de voorzieningen voldoen aan de ARBO-voorwaarden voor veiligheid gezondheid zoals opgenomen in de Arbeidsomstandighedenwet.

    Zorgbonus als eindheffingsbestanddeel
    Als compensatie voor de inspanningen van de zorgsector tijdens de coronacrisis heeft het kabinet een regeling getroffen waardoor al het zorgpersoneel dat zich tijdens de periode van 1 maart tot 1 september 2020 heeft ingezet voor patiënten en cliënten met COVID-19 recht heeft op een netto-bonus van € 1.000.
    Nog voor het einde van 2020 kunnen zorginstellingen deze bonus voor hun medewerkers en niet-medewerkers (zoals zzp'ers) aanvragen bij het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

    Bij toekenning van de bonus wordt de betaling gedaan aan de zorginstelling die de bonus vervolgens uitkeert aan het betreffende zorgpersoneel. Derhalve dient de werkgever deze zorgbonus aan te merken als eindheffingsloon, voor zowel haar medewerkers als niet-medewerkers die recht hebben op de zorgbonus. De werkgever zal daarom ook gecompenseerd worden voor de verschuldigde eindheffing. Het eindheffingstarief bedraagt 75%, waardoor de werkgever gecompenseerd wordt voor een bedrag van € 1.750.  

    De zorgbonus zal alleen worden toegekend als de betreffende medewerker maximaal € 73.000 per jaar verdient. Daarnaast heeft het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport deze Handreiking gepubliceerd omtrent de afbakening van de toekenning van de zorgbonus.

    Vaste reiskostenvergoeding en thuiswerken
    Als gevolg van de coronacrisis werken veel werknemers (bijna) volledig thuis en vervalt het woon-werkverkeer. De Staassecretaris van Financiën heeft goedgekeurd dat werkgevers die een vaste reiskostenvergoeding uitkeren aan hun werknemers - ondanks dat de werknemers (bijna) volledig vanuit huis werken - de vaste reiskostenvergoeding niet hoeven aan te passen gedurende het jaar 2020. Deze goedkeuring komt te vervallen per 1 januari 2021.

    Bepaalde wettelijke administratieve verplichtingen loonheffingen
    Werkgevers hebben voor de loonheffingen bepaalde wettelijke administratieve verplichtingen. De huidige omstandigheden kunnen meebrengen dat werkgevers deze verplichtingen niet, niet tijdig of niet geheel kunnen nakomen. Zo geldt bijvoorbeeld de plicht van de werkgever om de identiteit van de werknemer vast te stellen aan de hand van het originele identiteitsbewijs. Als een werkgever een werknemer niet tijdig kan identificeren, kan dit leiden tot een toepassing van het zogenoemde anoniementarief. Dit is een vast tarief van 52%.

    Een dergelijk gevolg van het niet kunnen nakomen van een administratieve verplichting wordt ongewenst geacht in deze omstandigheden en daarom zal de Belastingdienst een soepel standpunt innemen als een werkgever of werknemer de tekortkoming in de administratieve verplichting voor zover mogelijk herstelt zodra dit kan. Voor het voorbeeld van de identificatieplicht betekent dit dat de toepassing van het anoniementarief achterwege kan blijven als de werkgever de identiteit van de werknemer alsnog vaststelt zodra hij daar in redelijkheid toe in staat is.

    Verlaging gebruikelijk loon

    Directeuren/Groot aandeelhouders ("dga's") die werkzaam zijn in hun eigen vennootschap, dienen een gebruikelijk loon in aanmerking te nemen. De hoogte van het gebruikelijk loon is afhankelijk van de relevante feiten en omstandigheden, zoals (a) de beloning voor soortgelijke arbeidsverhoudingen van werknemers zonder een aanmerkelijk aandelenbelang in deze vennootschap en (b) het loon van de meestverdienende werknemer.

    Bij een omzetdaling als gevolg van de corona-crisis kan het gebruikelijk loon voor 2020 op een lager bedrag worden vastgesteld. Het gebruikelijk loon voor 2020 kan dan - zonder overleg met de Belastingdienst - worden vastgesteld op het bedrag van het gebruikelijk loon voor 2019 vermenigvuldigd met de verhouding tussen de omzet over de eerste vier maanden van 2020 ten opzichte van de omzet over de eerste vier maanden van 2019 (de "formule"). Voor toepassing van de formule gelden drie voorwaarden:

    • De rekening-courantschuld of het dividend mag niet toenemen als gevolg van het lagere gebruikelijk loon;
    • Als de dga feitelijk meer loon heeft genoten dan volgt uit de formule, geldt dat hogere loon; en
    • Van de verlaging van het gebruikelijk loon via deze formule kan geen gebruik worden gemaakt voor zover de omzet in het jaar 2019 of 2020 beïnvloed is door andere bijzondere oorzaken, zoals oprichting, staking, fusie, splitsing en bijzondere resultaten.

    Toepassing van de formule kan er toe leiden dat het loon van de dga lager is dan de wettelijke grenzen van € 46.000, 75% van het loon van de meest vergelijkbare dienstbetrekking of het loon van de meestverdienende werknemer. Toepassing van de formule kan niet leiden tot een hoger gebruikelijk loon.

    Baangerelateerde investeringskorting (BIK)

    Het kabinet wil bedrijven stimuleren om tijdens deze coronacrisis te blijven investeren in bedrijfsmiddelen met een nieuwe investeringskorting, de Baangerelateerde investeringskorting (BIK). De tijdelijke regeling (tot en met 31 december 2022) moet ervoor zorgen dat bedrijven ook tijdens deze crisis blijven investeren in bijvoorbeeld nieuwe machines en investeringen naar voren halen, die anders zouden worden uitgesteld. De BIK wordt per 1 januari 2021 ingevoerd, maar geldt al voor investeringen vanaf 1 oktober 2020. Met deze investeringskorting kunnen zowel IB-ondernemers als Vpb-ondernemers onder bepaalde voorwaarden een deel van hun investeringen verrekenen met hun loonheffingen.

    • Bij investeringen tot € 5.000.000 per kalenderjaar krijgen bedrijven een korting op hun verschuldigde loonheffingen van 3% van het investeringsbedrag;
    • Bij investeringen voor het deel boven € 5.000.000 krijgen bedrijven een korting op hun verschuldigde loonheffingen van 2,44% van het investeringsbedrag; en
    • Voor alle aanvragen (maximaal vier per jaar) geldt daarnaast een ondergrens van (a) € 1.500 per bedrijfsmiddel en (b) € 20.000 per aanvraag.

    Btw bij uitlenen zorgpersoneel 

    Als gevolg van de coronacrisis wordt vaker zorgpersoneel in- en uitgeleend. Niet alleen door zorginstellingen, zorginrichtingen en zorgverleners, maar ook door bijvoorbeeld uitzendbureaus. Het uitlenen van personeel is normaal gesproken een met btw belaste prestatie. De regering vindt het in deze tijd ongewenst dat de btw-regels voor het uitlenen van personeel leiden tot extra financiële of administratieve lasten en staat daarom toe dat voor de periode van 16 maart 2020 tot en met 31 december 2020 het uitlenen van zorgpersoneel buiten de heffing van btw blijft. Om gebruik te kunnen maken van deze maatregel gelden de volgende voorwaarden:

    • De inlener is een zorginstelling of zorginrichting, die een in het besluit genoemde btw-vrijstelling toepast.
    • De uitlener vermeldt op de factuur dat gebruik wordt gemaakt van deze goedkeuring en legt de gegevens die betrekking hebben op de toepassing van deze goedkeuring vast in de administratie.
    • De uitlener mag alleen de brutoloonkosten in rekening brengen aan de inlener, eventueel verhoogd met een administratieve kostenvergoeding van maximaal 5%.
    • Er mag met deze uitleendiensten geen winst worden beoogd of gemaakt.

    Deze maatregel heeft géén invloed op de aftrek van btw voorbelasting van de uitlener. Uitleners die normaal gesproken belaste prestaties leveren voor de btw (en de inkoop-btw kunnen aftrekken), kunnen de inkoop-btw nu nog steeds in aftrek brengen.

    Btw bij schenking medische hulpgoederen en medische apparatuur

    Ondernemers die medische hulpmiddelen zonder vergoeding aanbieden aan zorginstellingen, zorginrichtingen en huisartsen, hoeven hierover geen btw in rekening te brengen en af te dragen. Ook deze maatregel heeft voor de periode van 16 maart 2020 tot en met 31 december 2020 géén invloed op de aftrek van voorbelasting.

    De voorwaarden die hieraan verbonden zijn:

    • De goedkeuring betreft alleen goederen die worden genoemd in de ‘Bijlage Gepubliceerde lijst van de Wereld Douaneorganisatie; indelingen van medische voorzieningen in verband met uitbraak Covid-19’;
    • Voor de aftrek van btw maken de kosten van de goederen onderdeel uit van de algemene kosten van de ondernemer;
    • Het recht op aftrek van btw voor deze algemene kosten wordt bepaald op basis van de totale omzet van de ondernemer, waarbij de gratis verstrekking van de goederen buiten beschouwing blijft;
    • De ondernemer dient op de factuur te vermelden dat gebruik wordt gemaakt van deze goedkeuring en de gegevens die betrekking hebben op de toepassing van de goedkeuring in de administratie vast te leggen.

    Btw-nultarief op mondkapjes
    Om de prijs van mondkapjes voor eindgebruikers te verlagen, wordt tijdelijk (vanaf 25 mei tot en met 31 december 2020) het btw-nultarief ingevoerd op alle binnenlandse verkoop van zowel medische als niet-medische mondkapjes, ongeacht aan wie ze worden geleverd. Door toepassing van het btw-nultarief in plaats van een btw-vrijstelling, behoudt de verkoper het recht op aftrek van voorbelasting. De verkoper kan de btw, die hij bij aanschaf van de mondkapjes betaalt, verrekenen in zijn btw-aangifte.

    Versoepeling urencriterium
    Ondernemers in de inkomstenbelasting die voldoen aan het zogenaamde urencriterium kunnen bij het bepalen van de belastbare winst aanspraak maken op de ondernemersaftrek (bijvoorbeeld de zelfstandigenaftrek, de meewerkaftrek en de aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk). Hiervoor dient de ondernemer gedurende het kalenderjaar ten minste 1.225 uren te hebben besteed aan werkzaamheden ten behoeve van zijn onderneming(en). Om te voorkomen dat ondernemers in verband met de coronacrisis de aanspraak op de ondernemersaftrek verliezen zal de Belastingdienst er in de periode 1 maart 2020 tot en met 30 september 2020 (voorheen 31 mei 2020) vanuit gaan dat deze ondernemers ten minste 24 uren per week aan de onderneming(en) hebben besteed. Het maakt daarbij niet uit of deze uren daadwerkelijk zijn besteed aan de onderneming.

    Uitstel inwerkingtreding Wet excessief lenen bij eigen vennootschap
    De beoogde inwerkingtredingsdatum van het aangekondigde wetsvoorstel Wet excessief lenen bij de eigen vennootschap is uitgesteld tot 1 januari 2023 (voorheen 1 januari 2022). Op grond van dit wetsvoorstel worden – kort gezegd – schulden hoger dan € 500.000 (met uitzondering van eigen woningschulden) van de dga aan de eigen vennootschap als fictief voordeel in box 2 belast. De reden van dit uitstel is dat het als gevolg van de coronacrisis voor dga’s lastiger kan zijn om, vooruitlopend op dezewetgeving, dergelijke schulden af te lossen.

    Versoepeling hypotheekverplichtingen
    Rente betaald op hypothecaire leningen die zijn afgesloten na 2013, is alleen aftrekbaar wanneer het totaalbedrag binnen 360 maanden (annuïtair) wordt afgelost. Volgens de huidige regels moet een in 2020 opgelopen betalingsachterstand uiterlijk in zes maanden worden ingelopen. Een nieuw beleidsbesluit regelt twee zaken: ten eerste hoeft de aflossingsachterstand niet uiterlijk 31 december 2021 te zijn ingelopen, maar kan deze (direct) worden uitgesmeerd over de resterende looptijd (van maximaal 360 maanden). Ten tweede kan de leningnemer in plaats hiervan kiezen om zijn resterende lening te splitsen. Hierdoor hoeft de (maximaal) zes maanden achterstand niet per definitie te worden uitgesmeerd over de resterende looptijd, maar kan dit ook apart binnen bijvoorbeeld vijf jaar worden afbetaald.

    Energiebelasting en lokale heffingen
    Voor de energiebelasting is een aparte regeling getroffen zodat het uitstel van betaling ook voordeel oplevert voor afnemers van elektriciteit en aardgas die in de financiële problemen komen. Dit betekent dat de energieleverancier voor april, mei en juni 2020 geen energiebelasting, opslag duurzame energie (ODE) of de btw hierover in rekening zal brengen bij bedrijven die maandelijks een factuur ontvangen over het werkelijke verbruik. Uiterlijk in december 2020 worden de energiebelasting en de ODE (vermeerderd met btw) over deze periode in rekening gebracht middels een aanvullende factuur.

    Daarnaast zal het kabinet in overleg gaan met de Vereniging Nederlandse Gemeenten om (voorlopige) aanslagen met betrekking tot lokale heffingen aan ondernemers stop te zetten en al opgelegde aanslagen aan bedrijven in te trekken. Dit heeft met name betrekking op de toeristenbelasting.

    Deblokkeren g-rekening
    Bedrijven die personeel uitzenden, uitlenen of detacheren en g-rekeningen gebruiken, kunnen bij de Belastingdienst verzoeken om het tegoed op deze rekeningen te deblokkeren. Om ondernemingen die geraakt zijn door de coronacrisis tegemoet te komen, kunnen tijdelijk ook bedragen worden vrijgegeven die zijn gereserveerd voor de loonheffing of btw in plaats van enkel het overschot op de g-rekening.

    Andere aandachtspunten

    Terugvragen van BTW
    Het verdient aanbeveling om een inschatting te maken in hoeverre debiteuren of klanten in staat zijn om aan hun betalingsverplichtingen te voldoen als gevolg van de coronacrisis. Onder bepaalde voorwaarden kan btw worden teruggevraagd ten aanzien van niet betaalde facturen.

    Derden aansprakelijkheden
    Bedrijven die gebruik maken van ingehuurd personeel kunnen worden geconfronteerd met derden aansprakelijkheden voor loonheffingen wanneer de partij die het personeel ter beschikking stelt niet aan haar belastingverplichtingen voldoet. Mede gelet op de mogelijkheid die is gegeven om g-rekeningen te deblokkeren kan het van belang in om de financiële positie van dergelijke partijen in kaart te brengen om (voor zover mogelijk) passende maatregelen te nemen om de risico's om met dergelijke aansprakelijkheden te worden geconfronteerd te voorkomen.

    Annulering van zakenreizen en kantoorevenementen
    In de afgelopen weken hebben veel werkgevers geplande zakenreizen of kantoorevenementen geannuleerd om verspreiding van het coronavirus tegen te gaan. Vanuit het perspectief van de werkgever zullen de annuleringskosten in veel gevallen niet (volledig) worden vergoed. Gelet op het feit dat deze kosten betrekking hadden op (voorgenomen) ‘verstrekkingen’ aan werknemers, zou de vraag op kunnen komen of dergelijke kosten kunnen worden opgenomen in de werkkostenregeling.

    Via de werkkostenregeling kan de werkgever onbelaste vergoedingen aan werknemers geven. Naar onze mening kunnen de kosten in verban met de annulering van geplande zakenreizen of andere kantoorevenementen echter niet worden opgenomen in de werkkostenregeling. Immers, de werknemers ontvangen geen voordeel. In bepaalde situaties waarin werknemers worden vergoed door hun werkgever voor persoonlijke geleden schade zou dit anders kunnen zijn.

    Daarnaast zou de vraag kunnen opkomen of er kosten zijn gemaakt in verband met de annulering van geplande zakenreizen of kantoorevenementen welke zijn uitgesloten van btw-aftrek onder het zogenaamde BUA (Besluit Uitsluiting Aftrek van voorbelasting). Het BUA sluit de aftrek van btw (ook wel voorbelasting genaamd) voor kosten die zijn toe te rekenen aan goederen en diensten bestemd voor zakelijke doeleinden, maar ook worden gebruikt voor privédoeleinden (consumptie). Naar onze mening zijn de kosten in verband met de annulering van geplande zakenreizen of kantoorevenementen vallen niet onder de reikwijdte van het BUA aangewezen er geen goederen of diensten worden gebruikt voor de persoonlijke doeleinden van de werknemers. Een btw correctie hoeft in dat geval niet plaats te vinden.

    Voorlopige verliesverrekening
    Indien (al dan niet als gevolg van de coronacrisis) de verwachting is dat het (boek)jaar 2020 resulteert in een verlies, dan kan het zinvol zijn om al direct na afloop van het boekjaar aangifte te doen en daarbij te verzoeken om een voorlopige verrekening van dat verlies met de (bij aanslag vastgestelde) winst van 2019. In dat geval wordt van het aangegeven verlies 80% in aanmerking genomen. De verschuldigde/betaalde belasting over het boekjaar 2019 kan in zo'n geval (gedeeltelijk) worden verminderd/teruggekregen.

    Lagere renteaftrekcapaciteit als gevolg van lagere winst
    De vennootschapsbelasting kent een generieke renteaftrekbeperking op grond waarvan rente niet aftrekbaar is voor zover het saldo van betaalde en ontvangen rente meer bedraagt dan 30% van de EBITDA van de betrokken vennootschap, of als dat hoger is € 1 mln. Indien de EBITDA als gevolg van het coronavirus lager uitvalt dan verwacht, wordt ook de drempel van 30% lager en is een groter deel van de rente niet aftrekbaar. Overigens is niet-aftrekbare rente in een later jaar mogelijk alsnog aftrekbaar (indien weer voldoende winst wordt gemaakt).

    Wij volgen de ontwikkelingen rondom het coronavirus en de juridische en fiscale consequenties daarvan op de voet. Mochten er daaromtrent vragen zijn of indien uw onderneming ondersteuning wenst bij het treffen van maatregelen, horen wij dat natuurlijk graag. In dat geval kunt u contact op nemen met één van de onderstaande specialisten.