Waarmee kunnen wij u helpen?

    Nieuws

    VAVO-samenwerking tussen twee ROC's btw-vrijgesteld

  • NL
  • Vrijdag 22 januari 2016 heeft de Hoge Raad arrest gewezen inzake de btw-kwalificatie van door twee ROC's gezamenlijk verzorgd voortgezet algemeen volwassenonderwijs (VAVO-onderwijs).

    De Hoge Raad heeft met betrekking tot deze samenwerking geoordeeld dat werkzaamheden verricht in het kader van het VAVO-onderwijs voor de btw-heffing dienen te worden aangemerkt als één ondeelbare, btw-vrijgestelde onderwijsprestatie van de twee samenwerkende ROC's aan de studenten.

    Casus

    In deze zaak verzorgen twee ROC's voor gemeenschappelijke rekening en onder een gemeenschappelijke naam en regie het VAVO-onderwijs, waarbij de specifieke afspraken aangaande de samenwerking zijn vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst. In deze samenwerkingsovereenkomst is o.a. vastgelegd dat de twee ROC's zoveel mogelijk naar evenredigheid zorgdragen voor de ondersteunende diensten die voor het verzorgen van VAVO-onderwijs nodig zijn, zoals ICT- en personele diensten, financiële administratie, terbeschikkingstelling van personeel, huisvestingsdiensten en marketing. De gezamenlijke inkomsten en uitgaven worden op een gemeenschappelijke kostenplaats in de administratie verantwoord. Zowel positieve als negatieve resultaten delen de twee ROC's in een 60%/40%-verhouding.

    De Belastingdienst nam vervolgens het standpunt in dat hierdoor een zelfstandig entiteit was ontstaan waaraan de twee ROC's btw-belaste ondersteunende diensten zouden verlenen. Voorzover  door de samenwerking geen zelfstandige entiteit zou zijn ontstaan, meende de Belastingdienst dat de twee ROC's btw-belaste ondersteunende diensten aan elkaar verlenen. De twee ROC's betoogden echter dat geen zelfstandig samenwerkingsverband was ontstaan, maar dat zij gezamenlijk btw-vrijgesteld onderwijs verzorgen.  

    Hoge Raad

    De Hoge Raad heeft geoordeeld dat in de onderhavige samenwerking (conform standpunt van de ROC's) geen btw-belaste dienstverlening is te onderkennen. De onderbouwing van de Hoge Raad  is tweeledig. Allereerst onderschrijft de Hoge Raad de conclusie van de rechtbank, het gerechtshof en advocaat-generaal Van Hilten dat de onderhavige samenwerking niet heeft geleid tot een zelfstandige entiteit (waardoor uit dien hoofde reeds geen btw-belaste diensten worden verleend). Voorts concludeert de Hoge Raad dat de werkzaamheden van de twee ROC's één ondeelbare economische prestatie vormen, waarbij de (eventuele btw-belaste) ondersteunde diensten opgaan in de btw-vrijgestelde onderwijsprestatie.

    Gevolgen voor de praktijk

    Het onderhavige arrest geeft samenwerkende btw-vrijgestelde partijen (waaronder onderwijs- en zorginstellingen) meer mogelijkheden tot btw-vrijgestelde samenwerking, mits partijen:

    • voor gezamenlijke rekening en risico wensen samen te werken;
    • één prestatie bundelen die de afnemer/consument ook als één (onsplitsbare) prestatie ervaart. Het feit dat partijen in het kader daarvan verschillende, ondersteunende werkzaamheden verrichten, doet daaraan niet af; en
    • niet beogen een zelfstandige entiteit/onderneming tot stand te brengen.

    Indien samenwerkende btw-vrijgestelde partijen een meer zelfstandige samenwerking beogen (in de vorm van bijv. een VOF, een stichting of een besloten vennootschap), kan btw-heffing op onderlinge (ondersteunende) dienstverlening niet op grond van dit arrest achterwege blijven. In dat geval zal per dienst c.q. kostenpost moeten worden bekeken of een beroep kan worden gedaan op een vrijstelling, het leerstuk kosten voor gemene rekening of een specifiek beleidsbesluit.

    Bron: ECLI:NL:HR:2016:83