3 min read

De ene ZZP-er is de andere niet!

25 February 2025

De Hoge Raad heeft op 21 februari 2025 beslist over een belangrijke rechtsvraag in het kader van de beoordeling of een werkende als opdrachtnemer of als werknemer wordt gezien. De Hoge Raad besliste dat ‘het ondernemerschap’ van een werkende, bijvoorbeeld of de werkende ook andere opdrachtgevers heeft, als volwaardig element meegenomen moet worden bij de beoordeling of iemand een arbeidsovereenkomst heeft. Het gevolg hiervan is dat voor dezelfde werkzaamheden de ene werkende in dienst zou kunnen zijn en de andere werkende een opdrachtovereenkomst zou kunnen hebben. Deze beslissing is zeer relevant, nu het nadere kleuring geeft aan het toetsingskader voor zzp’ers (zowel onder de Wet DBA als civielrechtelijk).

De Hoge Raad moest over deze kwestie oordelen in de Uber-zaak waarin het Gerechtshof Amsterdam aan de Hoge Raad prejudiciële vragen stelde over de rol van ondernemerschap bij de kwalificatie van een arbeidsrelatie. Het hof wierp de vraag op of ondernemerschap ertoe kan leiden dat een overeenkomst niet als arbeidsovereenkomst wordt aangemerkt, terwijl dat zonder die factor wél het geval zou zijn. Deze vraag ontstond in een hoger beroep tussen Uber, een groep chauffeurs en de FNV. De FNV vordert naleving van de CAO Taxivervoer, terwijl Uber betoogt dat haar chauffeurs zelfstandig ondernemers zijn.

In het Deliveroo-arrest (HR 2023) stelde de Hoge Raad een aantal criteria vast dat van belang is bij de beoordeling of sprake is van een arbeidsovereenkomst. Een van de criteria is ondernemerschap, maar de exacte invulling daarvan was volgens het hof nog onduidelijk. Het hof vond het opmerkelijk dat hetzelfde werk door de ene persoon als werknemer en door de andere als opdrachtnemer kan worden uitgevoerd, afhankelijk van diens ondernemerschapskenmerken. Daarnaast vroeg het hof aan de Hoge Raad of bij deze beoordeling uitsluitend gekeken moet worden naar ‘intern ondernemerschap’, dat zich binnen de werkrelatie afspeelt, of dat ook ‘extern ondernemerschap’, zoals factoren buiten de werkrelatie, meegewogen mag worden. Intern ondernemerschap betreft zaken zoals het dragen van financieel risico en het zelfstandig bepalen van werktijden. Extern ondernemerschap omvat elementen zoals inschrijving bij de KvK, acquisitie, investeringen en het hebben van meerdere opdrachtgevers.

De Hoge Raad bevestigde afgelopen vrijdag dat ondernemerschap een rol mag spelen bij de kwalificatie van een arbeidsrelatie. Het criterium ‘ondernemerschap’ heeft betrekking op de algemene (ondernemers)situatie van de werkende en hierin kunnen ook factoren buiten de directe relatie met de opdrachtgever (het externe ondernemerschap) meewegen. Niet alleen de factoren binnen de werksituatie zelf, maar dus ook eventuele bredere ondernemerskenmerken buiten de werksituatie zijn van belang bij de kwalificatie van een arbeidsrelatie. Dit brengt mee dat voor dezelfde werkzaamheden de ene werkende in dienst zal kunnen zijn terwijl de andere werkende, een opdrachtnemer is. Dit betekent dat opdrachtgevers en opdrachtnemers vooraf goed in ogenschouw moeten nemen welke interne en externe ondernemerschapselementen aanwezig zijn, om zo de beoordeling van de aard van de arbeidsrelatie te kunnen doen.

Voor vragen over de gevolgen hiervan voor uw workforce, kunt u terecht bij Cara Pronk, Steven Sterk, Daniëlle Westerhoff, Barbara van der Veen en Cézanne Alsemgeest.

Terug
De ene ZZP-er is de andere niet!
Cara Pronk