Waarmee kunnen wij u helpen?

    Nieuws

    Btw-vrijstelling ook voor niet-BIG-geregistreerde beroepsbeoefenaren

    Als gevolg van een wetsaanscherping per 1 januari 2013 is de gezondheidskundige verzorging van de mens alleen btw-vrijgesteld als de werkzaamheden worden uitgevoerd door een beroepsbeoefenaar met een registratie zoals bedoeld onder de Wet op de Individuele Gezondheidszorg (BIG-registratie).

    Door deze wetsaanscherping vallen werkzaamheden die worden uitgevoerd door beroepsbeoefenaren zonder BIG-registratie - veelal alternatieve geneeswijzen - sinds 1 januari 2013 niet langer onder deze btw-vrijstelling. Echter, vanwege een arrest van de Hoge Raad van 27 maart 2015 mogen beroepsbeoefenaren zonder een BIG-registratie vanaf die datum toch een beroep doen op voornoemde btw-vrijstelling, mits zij kwalitatief soortgelijke gezondheidskundige diensten verrichten als beroepsbeoefenaren die wel over een BIG-registratie beschikken.

    Europese regelgeving en jurisprudentie

    Op grond van de Europese Btw-richtlijn staat het de lidstaten vrij medische beroepen te omschrijven die onder de btw-vrijstelling vallen. Lidstaten hebben daarbij een beoordelingsvrijheid op grond waarvan zij voor de uitoefening van die beroepen vereiste kwalificaties mogen voorschrijven. Daarnaast mogen lidstaten omschrijven welke specifieke werkzaamheden op het gebied van de gezondheidskundige verzorging van de mens deel uitmaken van de medische beroepen. Deze beoordelingsvrijheid wordt slechts begrensd door de eis dat de gezondheidskundige verzorging een zeker kwaliteitsniveau moet hebben en het zogenaamde neutraliteitsbeginsel. Dit beginsel houdt in dat soortgelijke diensten hetzelfde dienen te worden behandeld.

    Recente Nederlandse jurisprudentie

    In lijn met de Europese regelgeving en jurisprudentie is op 27 maart 2015 door de Hoge Raad een arrest gewezen waaruit volgt dat de werkzaamheden van een paranormaal therapeut - zonder BIG-registratie - onder het bereik van de btw-vrijstelling vallen, mits deze werkzaamheden van een voldoende kwaliteitsniveau zijn. In deze zaak is geoordeeld dat de paranormaal therapeut de werkzaamheden professioneel en met een voldoende kwaliteitsniveau uitvoert. Bij deze toetsing werd van belang geacht dat:

    (i) patiënten bij de paranormaal therapeut terecht komen na verwijzing door huisartsen, psychologen en kinderartsen;

    (ii)  de paranormaal therapeut de opleiding 'Paranormaal Therapeut' op hbo-niveau heeft gevolgd en beschikt over het bijbehorende diploma; en

    (iii)  de kosten van de behandelingen van de paranormaal therapeut in aanmerking komen voor vergoeding door zorgverzekeringsmaatschappijen.

    Ook de rechtbank Zeeland-West-Brabant, het gerechtshof 's-Hertogenbosch en - zeer recent - het gerechtshof Amsterdam oordeelden dit jaar ieder in eenzelfde lijn. Door deze instanties is getoetst of de werkzaamheden verricht door een chiropractor, acupuncturist respectievelijk een (kinetisch) homeopaat als soortgelijke gezondheidskundige diensten kwalificeren en of een zeker kwaliteitsniveau van de betreffende diensten is gewaarborgd. In de hiervoor bedoelde uitspraken worden elementen zoals doorverwijzing door een arts en de vergoeding van de behandelkosten door zorgverzekeringsmaatschappijen eveneens van belang geacht. De opleiding die een beroepsbeoefenaar heeft genoten mag in de optiek van het gerechtshof Amsterdam ook een niet-universitaire of niet-hbo opleiding betreffen, mits de opleiding wel wordt erkend door meerdere medische beroepsverenigingen. In de onderhavige zaken is uiteindelijk geoordeeld dat de werkzaamheden van een chiropractor, acupuncturist en een (kinetisch) homeopaat eveneens btw-vrijgesteld zijn.

    Gevolgen voor de praktijk

    Op de website van de Belastingdienst is inmiddels een bericht geplaatst waaruit volgt dat beroepsbeoefenaren zonder BIG-registratie de btw-vrijstelling vanaf 27 maart 2015 kunnen toepassen, mits zij kwalitatief soortgelijke gezondheidskundige diensten verrichten als beoefenaren die wel over een BIG-registratie beschikken. Of de diensten kwalitatief gelijksoortig zijn kan worden getoetst aan de drie hiervoor - niet cumulatief - genoemde elementen (opleiding, doorverwijzing door artsen en vergoeding door zorgverzekeraars). Het gevolg van de (recente) jurisprudentie en de berichtgeving van de Belastingdienst is dat de inhoud daarvan thans niet in lijn is met de wettekst zoals die vanaf 1 januari 2013 luidt en het toelichtende beleidsbesluit van de staatssecretaris van Financiën van 14 mei 2013 (nr. BLKB/2013/810M).

    Gezien deze ontwikkelingen, verwachten we dat voornoemd beleidsbesluit - op korte termijn - zal worden aangepast. Zodra het aangepaste beleidsbesluit is gepubliceerd, berichten we u hier nader over.

    Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Danielle Westerhoff of Edie de Kwaasteniet.

    Meer over