Waarmee kunnen wij u helpen?

    Nieuws

    Zorgaanbieders niet verplicht om informatie te verstrekken aan media

    De Wet openbaarheid van bestuur (Wob) is voor de media een steeds belangrijker instrument bij het verzamelen van informatie. Zo werd een paar maanden geleden door een nieuwsprogramma bij de academische ziekenhuizen met een beroep op de Wob informatie opgevraagd over door bestuurders ingediende declaraties en voor hen gedane betalingen. In navolging daarop is recent door het nieuwsprogramma hetzelfde verzoek gedaan aan andere (privaatrechtelijke) instellingen in de zorg- en welzijnsector. Vraag is of deze instellingen (ook) dienen te voldoen aan dit verzoek.

    Op grond van artikel 3 lid 1 van de Wob kan eenieder een verzoek om informatie, neergelegd in documenten over een bestuurlijke aangelegenheid richten tot een "bestuursorgaan of een onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan werkzame instelling, dienst of bedrijf". Voor de uitleg van het begrip "bestuursorgaan" dient te worden gekeken naar artikel 1a Wob, waarin staat dat de Wob geldt voor:

    • ministers;
    • bestuursorganen van provincies, gemeenten, waterschappen en publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie;
    • bestuursorganen die onder de verantwoordelijkheid van de hiervoor genoemde organen werkzaam zijn;
    • andere bestuursorganen voor zover deze niet bij algemene maatregel van bestuur zijn uitgezonderd.

    De vraag of een overheidsorganisatie een bestuursorgaan is in de zin van artikel 1a Wob moet worden beantwoord aan de hand van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

    Voor de openbare academische ziekenhuizen is het antwoord op die vraag relatief eenvoudig. Zij zijn publiekrechtelijke rechtspersonen op grond van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. De raad van bestuur van een openbaar academisch ziekenhuis is een orgaan van deze rechtspersoon, en daarmee een bestuursorgaan in de zin van de Awb. Consequentie daarvan is dat de Wob van toepassing is en dat de openbare academische ziekenhuizen - ervan uitgaande dat geen weigeringsgrond uit de Wob van toepassing is - aan het informatieverzoek dienen te voldoen. Aangezien de bijzondere academische ziekenhuizen, VUmc en Radboudumc, private rechtspersonen zijn, zijn zij en de raden van bestuur van deze ziekenhuizen - voor zover zij niet met openbaar gezag zijn bekleed - geen bestuursorgaan in de zin van de Awb. Zij vallen daarom niet onder de werkingssfeer van de Wob. De bijzondere academische ziekenhuizen hebben dan ook vrijwillig de hiervoor genoemde verzochte informatie aangeleverd.

    De brief die de andere (privaatrechtelijke) instellingen in de zorg- en welzijnsector onlangs van het nieuwsprogramma ontvingen, wekt de suggestie dat zij een bestuursorgaan zouden zijn en daarom onder de werkingssfeer van de Wob vallen. Hiervoor wordt aangevoerd dat nu door de academische ziekenhuizen is voldaan aan het Wob-verzoek "eenheid van recht" zou meebrengen dat ook andere instellingen in de zorg- en welzijnsector onder de Wob zouden vallen. Deze stelling wordt volgens het nieuwsprogramma ondersteund door het gegeven dat privaatrechtelijke zorginstellingen in het kader van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) worden opgevat als een bestuursorgaan. Hiermee zou een ondergrens zijn gesteld die ook zou moeten gelden voor de Wob. De link met de WNT wordt mede gelegd, omdat het Wob-verzoek is gericht op informatie inzake de omgang met publieke middelen.

    De stelling dat (private) instellingen in de zorg- en welzijnsector aan het Wob-verzoek moeten voldoen is niet juist. De verwijzing naar "eenheid van recht" of de WNT maken dat niet anders. Zorginstellingen zijn dus niet verplicht mee te werken aan het verzoek. Vraag is vervolgens of zij vrijwillig aan het verzoek om informatie zouden moeten voldoen. Bij beantwoording van die vraag kunnen uiteenlopende factoren een rol spelen; het belang van de bescherming van de privacy van de bestuurder is daarvan een belangrijke.

    Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Willemien Bischot of Corine Vernooij.