Waarmee kunnen wij u helpen?

    Thema

    Invaren

  • NL
  • Invaren is de term die wordt gebruikt voor het overdragen van de pensioenrechten en pensioenaanspraken die zijn opgebouwd onder de huidige wetgeving, naar een pensioen dat past binnen een nieuw pensioenregime. Hiervoor zal doorgaans wijziging van de pensioenrechten en pensioenaanspraken nodig zijn omdat de reeds opgebouwde pensioenen vaak niet één-op-één zullen passen in de nieuwe regeling. Invaren gaat dus niet over de toekomstige opbouw, maar om hetgeen dat reeds “in de pot” zit. De toelichting bij de Wet toekomst pensioenen noemt invaren “het al dan niet bij elkaar houden van bestaande en nieuwe pensioenaanspraken en pensioenrechten”.

    De tot nu toe voorgestelde conceptwetgeving laat slechts een aantal typen pensioenregelingen toe. Blijkt het zo te zijn dat de huidige pensioenregeling al als nieuwe smaak is te categoriseren, dan hoeft niet omgezet te worden. Dit is in feite alleen aan de orde bij bepaalde premieovereenkomsten. De conceptwetgeving verplicht niet tot invaren. Het is een keuze. Hierbij plaatsen wij wel direct de kanttekening dat achterblijven in het oude systeem (nog) niet onverkort gefaciliteerd lijkt te worden. Daarmee is de toon gezet: invaren is het uitgangspunt. Maar daarover straks meer.

    Kan invaren zonder wetswijziging?
    De huidige Pensioenwet laat het wijzigen van een pensioenovereenkomst toe. Daarvoor is in beginsel wilsovereenstemming tussen werkgever en werknemer nodig. En ook bij wijziging van de pensioenovereenkomst geldt dat de werknemer gehouden is in te gaan op een redelijk voorstel van de werkgever tot wijziging verband houdende met gewijzigde omstandigheden op het werk, en de daarbij horende redelijkheidstoets. Is vooraf overeengekomen dat de werkgever zonder (nadere) instemming kan wijzigen, dan vergt de wijziging een zodanig zwaarwichtig belang van de werkgever, dat het belang van de werknemer dat door de wijziging zou worden geschaad daarvoor naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid moet wijken (zie art.19 Pensioenwet). En voor zover daarover nog misverstand kon bestaan, voegt de conceptwetgeving daaraan toe – met een nieuw artikel, 19 tweede lid – dat een dergelijke belangenweging ook is vereist bij wijziging op de voet van een eenzijdig wijzigingsbeding in een pensioenovereenkomst met een (inmiddels) ex-werknemer, waaronder gewezen deelnemers en pensioengerechtigden.

    Aantastingsverbod
    Deze geclausuleerde bevoegdheid tot wijziging van de pensioenovereenkomst laat echter onverlet dat de tot het tijdstip van wijziging opgebouwde pensioenaanspraken niet kunnen worden gewijzigd,  tenzij er sprake is van (a) (bepaalde vormen van) individuele of collectieve waardeoverdracht of (b) korting van pensioenrechten of pensioenaanspraken door een pensioenfonds. Dit aantastingsverbod is opgenomen in art. 20 Pensioenwet. De uitzondering van korting is irrelevant bij invaren. Korting is het verlagen van pensioenrechten of pensioenaanspraken door een pensioenfonds, dus niet het omzetten van de éne niet onder de conceptwetgeving toegelaten pensioenvariant in de andere wél onder de conceptwetgeving toegelaten pensioenvariant.

    Waardeoverdracht komt dan meer in de buurt.  De uitzondering op het aantastingsverbod bij individuele waardeoverdracht is echter niet van veel nut bij een grootschalige omzettingsoperatie zoals de Wtp die beoogt te faciliteren. Buiten dat de individuele waardeoverdracht – what’s in a name – uitgaat van individuele verzoeken bij individuele beëindigingen, hoort daarbij ook een tamelijk specifiek omzettingsregime dat niet direct werkbaar is voor invaren. Wat dan overblijft is de collectieve variant genoemd in art. 20 Pensioenwet als uitzondering op het aantastingsverbod.

    Collectieve waardeoverdracht op de voet van art. 83 Pensioenwet een oplossing?
    Het aantastingsverbod van art. 20 Pensioenwet kent, zoals gezegd, een uitzondering in het geval van collectieve waardeoverdracht als bedoeld in art. 83 Pensioenwet. Dat is de vorm van waardeoverdracht die voorziet in omzetting van rechten en aanspraken bij een collectieve wijziging van pensioenovereenkomsten. Daarmee is het op voorhand een variant die  – zo lijkt het – bij uitstek geschikt zou kunnen zijn voor invaren.

    Hoe zou invaren conform art. 83 Pensioenwet dan werken? Allereerst is een verzoek van de werkgever vereist of, bij bedrijfstakpensioenfondsen, een verzoek van de partijen die de pensioenregeling zijn overeengekomen. De werkgever dient respectievelijk de partijen dienen de pensioenuitvoerder in kwestie te vragen of deze bereid is tot het omzetten van de opgebouwde pensioenrechten en pensioenaanspraken in een variant die is toegelaten onder de Wtp. De pensioenuitvoerder zal vervolgens zijn eigen afweging moeten maken, in het bijzonder of en tegen welke voorwaarden een dergelijke omzetting passend is bij de belangen van de betrokkenen. De belangenafweging door een pensioenfonds zal sterk gericht zijn op de belangen van pensioen- en aanspraakgerechtigden en de werkgever. Een verzekeraar of premie-pensioeninstelling, zal (natuurlijk) meer commerciële elementen ook meewegen. Een plicht voor de pensioenuitvoerder om mee te werken is er niet. Echter onverkort weigeren kan ook niet. De Nederlandsche Bank N.V. is als toezichthouder bevoegd een 83-waardeoverdracht te verbieden op grond van art. 83 lid 2 sub c Pensioenwet.

    Individueel bezwaarrecht zet art. 83 Pensioenwet als variant buiten spel
    Maar dan wordt het complex: er is een individueel bezwaarrecht binnen de 83-waardeoverdracht. Een 83-waardeoverdacht vergt dat de deelnemers, gewezen deelnemers, gewezen partners of de pensioengerechtigden geen bezwaren jegens de pensioenuitvoerder kenbaar maken tegen de waardeoverdracht nadat zij over het voornemen tot collectieve waardeoverdracht schriftelijk zijn geïnformeerd. Dit volgt uit art. 83 lid 2 sub a Pensioenwet. Wordt bezwaar gemaakt, ook al is dat ongemotiveerd, dan blijven naar de huidige stand van de rechtspraak, de betrokken pensioenaanspraken en pensioenrechten achter (ze worden niet overgedragen).  Dit is slechts anders indien sprake is van misbruik van recht (art. 3:13 BW), onrechtmatige daad (6:162 BW) of bezwaar onaanvaardbaar is (art. 6:2 lid 2 BW), en dit zijn drie zware toetsen. U zult begrijpen dat dit daarmee beperkt een methodiek kan zijn om te komen tot en een omzetting van het oude stelsel naar het nieuwe stelsel.

    Alternatief?
    Dat de 83-waardeoverdracht in zijn huidige vorm geen passend instrument is voor invaren, is bij het ontwerp van de conceptwetgeving onderkend. Het door de conceptwetgeving geboden alternatief voor pensioenfondsen is het zogenoemde “standaard invaarpad”. Voor andere pensioenuitvoerders – zoals verzekeraars of premie-pensioeninstellingen – is niets specifieks geregeld voor invaren. Het standaard invaarpad voor pensioenfondsen betreft een interne collectieve waardeoverdracht (dus bij hetzelfde fonds en niet naar een ander) met collectieve waarborgen, en wordt toegevoegd aan de lijst met uitzonderingen op het aantastingsverbod van art. 20 Pensioenwet (zie het voorgestelde art. 150l lid 5 Pensioenwet).

    Het standaard invaarpad is nu voorgesteld als een tijdelijke maatregel. Uiterlijk 1 januari 2027 moet zijn overgestapt op een gewijzigde pensioenovereenkomst. Het is onduidelijk of daarna nog van het standaard invaarpad gebruik kan worden gemaakt. Als dat niet kan, geeft dat een opmerkelijk resultaat. Het zou niet mogelijk zijn vanwege lopende procedures uitvoeringshandelingen op te schorten en eerst na 1 januari 2027 alsnog voor te zetten met gebruikmaking van het in de Wtp voorgestelde regime, ook als achteraf bleek dat de uitvoeringshandeling gewoon had mogen plaatsvinden.

    Meer weten over deze alternatieve route? Lees de meer gedetailleerde beschrijving in dit artikel van het Van Doorne pensioenteam!

    U kunt uiteraard ook altijd contact opnemen met een van onze pensioenrechtspecialisten.